Justitie

29/06/2011

Draagmoederschap blijft juridisch onzeker

Begin juni besliste het UZ Gent om niet-commercieel draagmoederschap toe te laten. Hierover werd uitgebreid bericht in de pers. Draagmoederschap is in ons land niet wettelijk geregeld, waardoor er heel wat juridische vragen rijzen bij dit initiatief. Volksvertegenwoordiger Sonja BECQ ondervroeg de Ministers van Justitie en Volksgezondheid over deze kwestie.

De Minister van Justitie verklaarde dat draagmoederschap momenteel wettelijk niet mogelijk is. Het merendeel van de rechtspraak gaat ervan uit dat een draagmoeder geen geldige toestemming kan geven. Er zijn immers onvoorzienbare risico’s verbonden aan een zwangerschap en er is zoiets als de ‘onbeschikbaarheid van het lichaam’. Men kan zijn lichaam niet verhandelen, noch zomaar afwijken van de afstammingsband. Dit betekent dat de draagmoeder per definitie de juridische ouder wordt. Indien zij getrouwd is zal haar man ook als wettelijke vader worden vermeld. Enkel adoptie met toestemming van de wettelijke ouders kan deze afstammingsband ongedaan maken.

Volgens de Minister van Volksgezondheid zijn er vandaag vijf centra die de praktijk van draagmoederschap toepassen. Het gaat om het UZ Gent, CHIREC, UMC Sint-Pieter (Brussel) en het ULG Citadelle (Luik).

BECQ: “Het is de plicht van deze centra om duidelijk te wijzen op de risico’s van het draagmoederschap in ons land. Men benadrukt onvoldoende de juridische consequenties en de daarmee gepaarde moeilijkheden. Voor ons als fractie is het heel duidelijk dat een kind geen koopwaar is. Wij hebben ook een wetsvoorstel ingediend rond het  niet-commercieel draagmoederschap, omdat uit de rechtspraak is gebleken dat er onvoldoende garanties zijn om het niet-commerciële karakter te bewaken.”