Gelijke kansen
1 juli 2011

Wetsvoorstel 53-0211

 

Quota raden van bestuur definitief goedgekeurd

De Senaat keurde gisteren het wetsvoorstel goed dat op 16 juni reeds werd gestemd in de Kamer. Dankzij ons doorgedreven initiatief werd er een compromis bereikt dat tegemoet komt aan het advies van de Raad van State. Overheidsbedrijven moeten vanaf volgend boekjaar 1/3 vrouwelijke bestuurders hebben. Beurgenoteerde bedrijven krijgen 6 jaar de tijd om hun zich te schikken naar deze wetgeving.

Een wettelijk quotum de enige manier is om meer vrouwen in het selecte wereldje van bestuurders te krijgen. Gemiddeld zetelden in 2010 minder dan 10% vrouwen in de raden van bestuur van de Belgische beursgenoteerde bedrijven. Nochtans hebben talrijke studies aangetoond dat bedrijven betere resultaten boeken naarmate de genderdiversiteit in de bestuursraden verbetert.

Sonja BECQ: "Met dit voorstel zetten we een belangrijke stap vooruit in het proces van gelijke participatie van vrouwen in het bedrijfsleven. Dat ook andere sectoren uit het maatschappelijk middenveld moeten volgen is vanzelfsprekend."

Het compromis dat bereikt werd op initiatief van CD&V steunt op 4 punten:

De sanctie van nietigheid van beslissingen van de ongeldig samengestelde RvB vervalt en wordt vervangen door de opschorting van alle voordelen (financiële en niet-financiële) van de bestuurders verbonden aan hun mandaat. De voordelen worden opnieuw toegekend wanneer de RvB opnieuw geldig is samengesteld. Zo komt het voorstel tegemoet aan de opmerkingen van de Raad van State die stelde dat door de sanctie van nietigheid beslissingen de vrijheid van vereniging al te zeer werd ingeperkt.

De wetgevende kamers evalueren in de loop van het 12de jaar na bekendmaking wet in BS de impact ervan op de vertegenwoordiging van vrouwen in RvB. Hierbij wordt tegemoet gekomen aan opmerking Raad van State om evaluatiemaatregelen in de wet op te nemen.

Sonja BECQ: "We geven bedrijven de kans om zélf het initiatief te nemen om voor een evenwichtige vertegenwoordiging te zorgen. Maar indien ze dit nalaten zullen ze na een periode van 5 jaar verplicht worden om bij de eerstvolgende benoeming iemand van het ondervertegenwoordigde geslacht aan te stellen. Na 6 jaar moeten ze komen tot een verhouding 1/3-2/3. Van overheidsbedrijven verwachten we meer: hun eerstvolgende benoeming moet gebeuren in functie van de doelstelling 1/3-2/3."