Geboorteverlof voor meemoeders is wet
Onder impuls van Kamerlid Sonja BECQ werd op 17 maart 2011 het geboortverlof voor meemoeders goedgekeurd in de plenaire vergadering van de Kamer. De Senaat had tot begin april de mogelijkheid om het wetsvoorstel opnieuw te behandelen ('evoceren'), maar deed dit niet. Hierdoor wordt het binnenkort definitief wet. Woensdag 10 mei 2011 werd de wet gepubliceerd in het Staatsblad, waardoor het geboorteverlof voor meemoeders op 20 mei 2011 effectief in werking zal treden.
Het gezinsprofiel is vandaag grondig veranderd. Naast eenoudergezinnen of meergeneratiegezinnen stellen we ook vast dat partners van hetzelfde geslacht een gezin met kinderen vormen. Dit wetsvoorstel wil hieraan tegemoetkomen. Het werd meegetekend door cdH, Ecolo-Groen!, MR, sp.a, PS en Open VLD. Het is een herneming van een compromisvoorstel dat in 2009 onder impuls van Sonja BECQ werd uitgewerkt.
Partners van hetzelfde geslacht krijgen ook recht op 10 dagen ‘vaderschapsverlof’. Deze verlofdagen moeten opgenomen worden binnen de 4 maanden na de geboorte van het kind. Gedurende de eerste 3 dagen behoudt men het volledig loon, nadien betaalt het RIZIV 82% van het brutoloon.
De afstamming met één van de ouders moet vaststaan. Concreet gaat het dus over meemoeders. Het bewijs van partnerschap wordt geleverd door het huwelijk, wettelijke samenwoonst of door een uittreksel uit het bevolkingsregister waaruit blijkt dat men sedert een onafgebroken periode van 3 jaar samenwoont. Dit zijn dezelfde voorwaarden als voor het adoptieverlof.
Sonja BECQ: “Dit wetsvoorstel betekent, ondanks de beperkte budgettaire impact, een belangrijke stap voorwaarts voor de gelijke behandeling van holebi’s in onze samenleving. Een discriminatie die reeds in 2003 door de Nationale Arbeidsraad werd aangeklaagd. Als gezinspartij wilden wij ook aan vrouwelijke holebi’s de kans geven om hun loopbaan te combineren met een gezin. Voor mannelijke holebi’s bestaat vandaag reeds het adoptieverlof.”

