Justitie
13 oktober 2011

 

Wetsvoorstel (pdf)

Vereenvoudiging en werklastvermindering bij Justitie

Volksvertegenwoordiger Sonja Becq lanceert enkele voorstellen om Justitie te hervormen. Dit wetsvoorstel moet er voor zorgen dat de werklast verminderd wordt binnen Jusititie door meer informatisering. Verouderde werkprocessen worden afgeschaft, gemoderniseerd of omgevormd. Minder administratieve rompslomp door meer informatisering. Mede door dit wetsvoorstel krijgen we een efficiënte Justitie aangepast aan de 21e eeuw.

1.       Werklastvermindering Kruispuntbank van Ondernemingen

Het aantal meldingen aan de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) neemt door dit wetsvoorstel af. Actueel wordt het KBO overspoeld met kennisgevingen van vonnissen en arresten betreffende bepaalde gebeurtenissen. Het KBO beschikt echter niet over de nodige middelen om de toevloed aan informatie te verwerken zodat deze grotendeels ongepubliceerd blijven. Bovendien is het KBO ook niet de juiste plaats om bepaalde van deze gebeurtenissen openbaar te maken. Bepaalde meldingen zullen voortaan dienen te gebeuren in die gegevensbanken die daarvoor het meest aangewezen zijn.

2.       Centraal huwelijksovereenkomstenregister

Het voorstel vervolledigt de wetgeving inzake de oprichting van een centraal huwelijksovereenkomstenregister. Voortaan moeten ook de samenlevingscontracten en de uitspraken van rechtbanken m.b.t. de huwelijksovereenkomsten, de huwelijksstelsels en de samenlevingsovereenkomsten geregistreerd worden in het centraal register zodat het een volledig beeld weergeeft. Tevens worden bepaalde mededelingen die betrekking hebben op het huwelijksvermogen van een handelaar die nu aan de Kruispuntbank Ondernemingen moeten worden verricht voortaan in het centraal huwelijksovereenkomstenregister opgenomen.

De melding en bekendmakingen van wijzigingen in het huwelijksvermogensstelsel zullen niet langer via de burgerlijke stand en het Belgisch Staatsblad verlopen, maar via het centraal huwelijksovereenkomstenregister, waarvan een bepaald gedeelte kosteloos toegankelijk zal zijn voor het publiek.

3.       Werklastvermindering en informatisering inzake de burgerlijke stand

Momenteel worden alle akten van de burgerlijke stand nog in papieren vorm opgemaakt met behulp van de PC en volgens een eigen model. Met voorstel wordt de opstelling van de akten van de burgerlijke stand gemoderniseerd en in gedematerialiseerde vorm opgeslagen in een bestand. De akten zullen volgens een uniform model opgesteld worden. De parafering van de stukken nodig voor de opmaak van de akten zal niet meer vereist worden.

De bepalingen worden ook aangepast aan de werkelijkheid. In de praktijk stelt niet de ambtenaar van de burgerlijke stand (burgemeester of schepen) de akte op, maar zijn medewerkers. De controle en het toezicht blijven bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, maar de vermelding dat hij deze akten persoonlijk opstelt wordt geschrapt.

Akten van de burgerlijke stand worden ook al lang niet meer ingeschreven in een ingebonden register, maar in de meeste gevallen opgemaakt op losse bladen die nadien worden ingebonden. Het voorstel past de wet aan deze realiteit aan.

In de praktijk stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand ook de geboorte of het overlijden niet persoonlijk meer vast. Hij baseert zich op verklaringen van geneesheren en vroedvrouwen of op basis van een medisch attest. Ook deze realiteit wordt nu in de wet ingeschreven.

Het voorstel schrapt ook overbodige vermeldingen in de akte evenals dubbele inschrijvingen.

In het Burgerlijk Wetboek staat actueel nog een procedure ingeschreven hoe gehandeld moet worden bij de uitvoering van de doodstraf. In België is de doodstraf al lang afgeschaft. Deze bepalingen worden dan ook geschrapt.

4.       De informatisering van de verwerping van nalatenschappen

Actueel moet de verklaring van verwerping afgelegd worden ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de woonplaats van de overledene. Door de invoering van een centraal register van opengevallen nalatenschappen zal het mogelijk worden deze verklaring eveneens af te leggen ten overstaan van een notaris naar keuze. Dit is voor de burger eenvoudiger en voor de griffie een ontlasting. Het centraal register zal voor het publiek toegankelijk zijn. De verklaring dient bijgevolg ook niet meer bekendgemaakt te worden in het Belgisch Staatsblad. Ook de aanstelling van een beheerder die de nalatenschap aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving moet vereffenen wordt niet langer in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, maar in het centraal register. Dit geldt ook wat betreft de aanstelling van een curator over een onbeheerde nalatenschap betreft.

5.       De facultatieve aanwezigheid van de vrederechter bij de zitting van toewijzing inzake verkoop

In geval van openbare verkopen van onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk toebehoren aan beschermde personen (minderjarigen, personen onder voorlopig bewind, onbekwamen, enz.) beschikt de vrederechter over een voorafgaand toezicht (machtiging, goedkeuring verkoopsvoorwaarden), een toezicht op het moment van de verkoping en een toezicht op de aanwending en plaatsing van de verkoopopbrengst. Gelet op het voorafgaande toezicht en de controle op de aanwending en plaatsing van de opbrengst is de aanwezigheid op de openbare verkoping van de vrederechter en griffier niet steeds noodzakelijk en nuttig. Voortaan kan de vrederechter in concreto oordelen of zijn aanwezigheid noodzakelijk of nuttig is.

6.       De reorganisatie van de griffies van de handelsrechtbanken

Het voorstel maakt het ook mogelijk om elektronisch de oprichting van een vzw neer te leggen in plaats van op papier ter griffie. Tevens worden er een aantal vereenvoudigingen ingevoerd inzake de neerlegging van jaarrekeningen. Ten slotte wordt ook een databank van veroordelende verstekvonnissen en vonnissen op tegenspraak uitgesproken tegen kooplieden die de gevorderde hoofdsom niet hebben betwist niet langer worden gezonden naar de griffie, maar naar de Dienst Informatiebeheer bij de FOD justitie. Daarmee wordt ook de knipperlichtfunctie van de Diensten voor handelsonderzoek versterkt.

7.       De oprichting van een Dienst Informatiebeheer

Een aantal bij herhaling vastgestelde disfuncties binnen de werking van Justitie vinden hun diepere oorzaak in het niet beschikbaar zijn van de noodzakelijke informatie. Vaak is wel informatie aanwezig maar is deze te fragmentair, niet logisch gestructureerd en
dus moeilijk toegankelijk, niet of veel te traag beschikbaar voor wie ze nodig heeft, slechts beschikbaar per territoriale omschrijving of per type instantie, of in het
geheel niet beschikbaar. Vandaar de steeds luidere roep naar allerlei databanken en bij uitbreiding naar een informatiecentrum.